Iedere maand schrijft Historische Vereniging
die Goude over verloren gegane bedrijfstakken.
Zie voor meer informatie over de vereniging
www.diegoude.nl.
Gouda was ooit wereldberoemd. Om het bier
(Gouds kuit), om de pijpen, om de lakennijverheid,
om de kaas, om de kaarsen, om
de stroopwafels, om het aardewerk… In ‘Ach
lieve tijd. Gouda, de Gouwenaars en hun rijke
verleden’ staat: “Dat Gouda kon uitgroeien
van een eenvoudige nederzetting van boeren
en vissers tot een stad waar handel en
nijver heid bloeiden, had het vooral te danken
aan zijn gunstige ligging. Land wegen waren
er in de middeleeuwen nog nauwelijks, bijna
alle vervoer ging over water. In die tijd liep
de enige veerweg van de Maas via onder
andere de Gouwe over het IJ naar Amsterdam
(…).” Handel en nijverheid waren in
Gouda eeuwen lang de voornaamste middelen
van bestaan, de marktplaatsen werden
al spoedig te klein voor de snel groeiende
handel. In 1395 kocht de stad daarom van
de Heer van Gouda het grote, driehoekige
terrein dat nu de Markt is, maar dat toen
niet veel meer was dan een moerassig stuk
land. Tweemaal per jaar werd op het nieuwe
marktterrein een jaarmarkt gehouden, omstreeks
St. Jacobs dag en rond Mattheusdag”.
Sint Jacob was de patroonheilige van de heren
van der Goude. St. Jacobsdag viel in juli;
Mattheusdag in september. De jaarmarkt
was een vrije markt; dat betekende dat ook
kooplieden van buiten de stad er mochten
handelen. Het is nu bijna niet voor te stellen
dat alleen Goudse verkopers zouden mogen
verkopen op de donderdagse en zaterdagse
markt! Ook waren er in het verleden paardenmarkten.
Om mensen hiernaartoe te lokken,
werden er loterijen georganiseerd. In
1664 was een zilveren roskam de hoofdprijs.
Dat is nog eens wat anders dan de enorme
geldbedragen die nu uit betaald worden bij
loterijen. Van groot belang waren de gilden.
In ‘Duizend jaar Gouda. Een stadsgeschiedenis’
staat: “Het eerste overzicht van de
ambachtsgilden dateert uit 1404. In dat jaar
werd een lijst opgemaakt van alle gilden
en religieuze broederschappen die aan de
processie van het Heilig Sacrament zouden
deelnemen.” Op de lijst kwamen bakkers,
timmer
|
|
Hoe zal het Gouda van de 21e eeuw over vijfhonderd
jaar te boeken staan?
lieden, wevers, bontwerkers, brouwers,
zakkendragers, enzovoort voor. Officieel
werden de gilden in 1798 door de Bataafse
grondwet afgeschaft, maar de Goudse gilden
stuurden, samen met de gilden van tien andere
steden, een verzoek om instandhouding
naar de Nationale Vergadering. Daarin
werd het doel van de gilden – handhaving
van de gevestigde orde – onderstreept. De
gilden werden uiteindelijk tóch afgeschaft.
Maar, de bestuurders van de voormalige gilden
kregen de taak om – als commissaris
– de zaken van de gilden af te handelen. En
daarmee hielden ze hun macht. Tot de echte
afschaffing van de gilden in 1820 zijn ongeveer
55 gilden actief geweest. De gilden
bestaan niet meer en de bedrijfstakken waar
Gouda beroemd om was, zijn inmiddels een
stille dood gestorven. Toch staat Gouda nog
steeds bekend om bijvoorbeeld de Goudse
kaarsen (die in Schijndel geproduceerd worden)
en de Goudse kazen (die onder andere
in Stolwijk, Haastrecht en de Krimpenerwaard
worden gemaakt). Het is maar de
vraag hoe het Gouda van de 21e eeuw over
vijfhonderd jaar bekend staat! Nog steeds
om bedrijfstakken uit de veertiende tot en
met de negentiende eeuw? Of om een nieuwe
florerende bedrijfstak?
|